Veertig jaar geleden deed zich in Tsjernobyl de grootste nucleaire ramp ooit voor
In dit artikel:
In de nacht van 25 op 26 april 1986 ontplofte reactor 4 van de kerncentrale bij het Oekraïense Tsjernobyl tijdens een test die misliep. Twee medewerkers van de centrale en 28 reddingswerkers stierven direct; de daaropvolgende stralingsziekten eisten later nog vele duizenden levens. Schattingen van het totale dodental lopen uiteen van ongeveer 93.000 tot circa 200.000. De toenmalige Sovjetautoriteiten probeerden de ramp aanvankelijk te verbergen, maar de enorme radioactieve wolk die over grote delen van Europa trok — met meetbare effecten tot in Nederland en België — maakte dat onmogelijk.
Een halfjaar na de explosie werd reactor 4 afgedekt met een enorme betonnen sarcofaag om verdere verspreiding te voorkomen. Binnen tientallen kilometers van de centrale blijft bewoning verboden, maar het gebied ontwikkelde zich later tot een plek waar toeristen rondleidingen konden krijgen door de verlaten stadjes en het complex. Door de oorlog tussen Rusland en Oekraïne stopten die bezoeken; in februari raakte een Russische drone de sarcofaag en veroorzaakte een kortdurende brand, wat opnieuw angst voor een mogelijke kernramp aanwakkerde.